Kamer mocht even stoom afblazen en nu…

… weer volle kracht vooruit.

Daar was ‘ie dan: de ontknoping van alle ophef, over de notulen uit de ministerraad van november 2019.

Al snel was de tactiek van het kabinet en haar coalitiepartijen duidelijk:

Toegeven op een relatieve bijzaak, om in de hoofdzaak de rug eendrachtig recht te houden.

Dat werkt dus zo:

(o ja: ‘t is fijn als je aan het eind van dit bericht een reactie achterlaat…)

Laten we toegeven dat de wijze waarop over lastige kamerleden was gesproken “niet iets was om trots op te zijn”. Met als verzachtende omstandigheid dat onze ministerploeg het ook wel erg zwaar had gehad.

Zo was het menselijkerwijs begrijpelijk dat er af en toe “stoom was afgeblazen“. Tsja, ook richting de meest vasthoudende 2e kamerleden. Maar “inderdaad, fraai was het niet”.

Na het betalen van dit wisselgeld, houden we als kabinet de poot strak rond onze politieke doodzonde: het willens en wetens tegen de grondwet in handelen.

Het niet voluit informatie verstrekken, want dan gaan ‘ze’ in de kamer alleen maar nòg meer vragen stellen.

Ja, de getroffen ouders moeten geholpen worden (uiteindelijk).

Maar nòg hoger op de agenda staat: hoe voorkómen we  precedentwerking en verbreding naar de problemen die zich blijken voor te doen in vrijwel andere grote uitvoeringsorganisaties?

Tsja, het kabinet moest zich inderdaad staande zien te houden in een lawine van uitvoeringsproblemen.

Waaraan natuurlijk ook de 2e kamer historisch schuld draagt: op dagkoersen reageren, pleisters plakken, wetsvoorstellen verbroddelen, alvorens ze aan te nemen.

En hoe effectief was eigenlijk de 1e kamer, waar senatoren dienen te toetsen op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid?

De hamvraag is natuurlijk deze: Hoe hebben we er als overheid ooit zo’n puinhoop van kunnen maken?

Zou die vraag nog ‘ns geloofwaardig in een parlementair onderzoek beantwoord worden? Zou daaruit dan een heldere set van maatregelen volgen, die waarborgen dat zoiets nooit meer op deze schaal kan groeien?

1 reactie op “Kamer mocht even stoom afblazen en nu…

  1. Ooit was ik met buitenlandse gasten op bezoek bij een bekende zuivelondernemer, die op een goed moment zijn verontwaardiging even kwijt moest met de woorden: “they all have butter on their heads”. Een betere kwalificatie van het uiterst slechte toneelstuk van de afgelopen week schiet mij niet te binnen. Wynia heeft toch weer gelijk: de enige opdracht van Tjeenk W. was om Rutte IV in het zadel te helpen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *