Alvast voorsorteren: hoe straks verder?

Dezer dagen raakt menigeen onder de indruk van de politieke daadkracht, die in Nederland plots mogelijk blijkt als een crisis toeslaat.

Waarbij we ons vergeleken met veel buitenlanden gelukkig mogen prijzen, dat de rationaliteit bij het bestuurlijk handelen hier wèl direct met sprongen toenam.

Ondernemend Nederland weet zich vertegenwoordigd in de partij -en zelfs in de persoon- van premier Rutte. Dat helpt hem in elk geval bij het balanceren tussen gezondheid en economie.

Binnen een week veranderde onze premier van een omzichtige politieke koortdanser in een ware ‘vader des vaderlands’. Wat dit doet voor zijn partij, blijkt zonneklaar uit de hieronder weergegeven peilingen.

Waarbij natuurlijk vooral de sprong (zie de pijl) vanaf het moment vlak vóór de crisis veelzeggend is.

Een voorspelbaar en begrijpelijk verschijnsel. Maar voor onze democratie is het te hopen dat kiezers -na de eerste schrik en verbazing- zich gaan realiseren hoe het zover heeft kunnen komen:

  • Hoe bijzonder kwetsbaaar we ineens bleken te zijn.
  • Welke grondoorzaken daarachter zitten.
  • Wie we daarvoor verantwoordelijk moeten houden: welke maatschappelijke krachten en politieke partijen.
  • Wat voor ‘n on-Nederlands drastisch beleid er nodig is, om de ernstige weeffouten structureel te corrigeren.

Het lijkt erop dat we óók hierbij niet blind kunnen varen op de informatie van onze media. Merendeels lijken die druk met ‘de Corona-dagkoersen’ en met het uitspelen van wat ondergeschikte zwarte pietjes.

Eigenlijk zou je verwachten dat de media in deze situatie hun oor alvast te luisteren leggen bij partijen die voorafgaand aan deze crisis de weeffouten al benoemden. En daarop ook frisse, constructieve hervormingsideeën ontwikkelden.

Dat zijn dus innovatieve partijen, van buiten het stelsel. Die dan ook nog nauwelijks een electorale status hebben. En blijkbaar niet in de rolodexen van de diverse redacties te vinden zijn.

De namen die hierbij te binnen schieten zijn: Code Oranje, NLBeter en Volt.

De recente geschiedenis maakt duidelijk dat onze media hen bij de verkiezingen in 2021 niet of nauwelijks aandacht zullen geven. Deze stromingen zijn hen te klein en onbetekenend. Als dat van de media af blijft hangen, zal dat ook zo blijven.

Wie daar als kiezer anders over denkt, interesse heeft in constructieve vernieuwing, zal zichzelf moeten informeren. En er met anderen over van gedachten wisselen. Alleen dàn zal het debat ‘welke zet wij zelf aan de verandering gaan geven’ nog tijdens deze crisis op gang komen.

Zullen we hiermee dan nu een begin maken?